Wat gebeurt er tijdens een eerste controle?

Meestal kom je eerst bij de assistente.

Zij zal je uitleg geven over hoe wij werken in onze praktijk en wie er allemaal werken. Zij zal je naam- en adresgegevens controleren aan de hand van je ponsplaatje en/of verzekeringspasje. Het is dus handig als je die bij je hebt.

Verder zal ze je bloeddruk meten, je gewicht noteren en een aantal vragen stellen:

  • wat was je gewicht voor je zwanger werd?
  • hoe lang ben je?
  • klopt het aantal zwangerschappen dat we in ons computersysteem hebben staan?
  • ben je ergens allergisch voor?
  • heb je in het verleden waterpokken en/of rode hond doorgemaakt?
  • heb je foliumzuur geslikt voor je zwanger werd en slik je dit nog?
  • heb je het afgelopen jaar een blaasontsteking gehad?
  • heb je wel eens een koortslip gehad? En je partner?
  • weet je wat toxoplasmose is? Zo nee, dan zal ze dit uitleggen.
  • rook je, of je partner?
  • gebruik je alcohol?

Je krijgt van haar een boekje mee waar ze je afspraken in zal noteren. Ook krijg je een formulier dat je mag gebruiken om bloed te laten prikken. Het is de bedoeling dat je rond de 12de week bloed laat prikken op de volgende zaken:

  1. Bloedgroep (A/B/AB/O)
  2. Rhesus-D (positief of negatief). Of je positief of negatief bent, is een kwestie van erfelijkheid. Van de zwangere vrouwen in Nederland is 16% rhesusnegatief. Een enkele keer kan dit een probleem opleveren. Het is namelijk zo dat tijdens de zwangerschap of bevalling een klein beetje bloed van de baby in jouw bloedbaan terechtkomt. Als de baby RhD-positief is, ga jij afweerstoffen tegen het bloed van de baby maken. Die zogenaamde antistoffen kunnen bij een volgende baby bloedarmoede veroorzaken. Als jij  RhD-negatief bent, zul je rond 27 weken nog een keer bloed moeten laten prikken, want er zit erfelijk materiaal (DNA) van jullie kindje in jouw bloed. Sinds kort is het zo dat ze met dit DNA de RhD-bloedgroep van de baby kunnen bepalen. Alle RhD-negatieve zwangere vrouwen die zwanger zijn van een RhD-positief kindje krijgen in week 30 van hun zwangerschap anti-RhD-immunoglobuline, kortweg anti-D. Voorlopig (waarschijnlijk tot eind 2012) wordt na de bevalling de bloedgroep en rhesusfactor van de baby nogmaals bepaald. Zonodig krijg je een tweede anti-D injectie om problemen bij een volgende baby te voorkomen. 
  3. Andere antistoffen, zoals Rhesus (c). Mochten er ook nog andere antistoffen in je bloed zitten die mogelijk voor problemen zouden kunnen zorgen bij bijvoorbeeld een bloedtransfusie, zullen wij je dit vertellen.
  4. Hemoglobinegehalte (Hb). Wijst uit of je bloedarmoede hebt of niet. Het is meestal goed te behandelen.
  5. Hepatitis B: dit virus kan een infectie van de lever veroorzaken, die soms ongemerkt verloopt. Als na de infectie blijkt dat iemand "drager" is van het hepatitis B virus, kan hij andere mensen besmetten. Als een moeder drager is, heeft de baby daarvan geen last tijdens de zwangerschap. Maar bij de bevalling kan hij wel in aanraking komen met het virus en zo geïnfecteerd raken. Om problemen bij het kindje te voorkomen, wordt het direct na de bevalling ingeënt. Er zal altijd een melding naar de GGD worden gedaan door het laboratorium als je drager bent van hepatitis B. De GGD neemt daarna ook contact met je op.
  6. Lues of syfillis: dit is een sexueel overdraagbare aandoening die je ongemerkt op kan lopen. De ziekte moet zo snel mogelijk behandeld worden om te voorkomen dat het kindje geïnfecteerd wordt. Als een moeder met lues besmet is, krijgt ze antibiotica. Meer informatie over lues is te vinden op http://www.soa.nl
  7. HIV: dit virus kan de ziekte aids veroorzaken. Iemand die zwanger is, kan het virus overdragen op de baby. Daarom kan een HIV-test aan het begin van de zwangerschap belangrijk zijn. Door een snel begin van medische behandeling kan overdracht van HIV op de baby voorkomen worden. Als je drager bent van HIV, zullen wij je doorverwijzen naar een gespecialiseerd HIV-centrum.
  8. Rode hond of rubella: we kunnen na laten kijken in je bloed of je ooit in aanraking bent geweest met rode hond. Als je voldoende antistoffen voor rode hond in je bloed hebt (doordat je de ziekte hebt gehad, of ingeënt bent), mag je ervan uitgaan dat je beschermd bent tegen het (opnieuw) doormaken van rode hond.
  9. Glucose of bloedsuikergehalte. Om een juist beeld te krijgen van je bloedsuikerwaarde zullen we van je vragen nuchter te gaan prikken. Dat wil zeggen: niet meer eten vanaf middernacht voor je gaat prikken. Je mag wel water drinken. Neem daarom iets te eten mee naar het laboratorium. Als je klaar bent met prikken, kun je gelijk iets eten. Lukt het echt niet om nuchter te gaan prikken, omdat je zo misselijk bent ten gevolge van de zwangerschap, geef dit dan even door aan ons.
Veel van bovenstaande informatie is ook te vinden in de folder "Zwanger" die je bij ons kunt krijgen of bekijken op de site van het RIVM: http://www.rivm.nl/zwangerschapsscreening/Images/Folder%20Zwanger!%20juni%202011_tcm97-48264.pdf

Na het maken van een vervolgafspraak mag je weer plaatsnemen in de wachtkamer.

Vervolgens kom je bij een van ons.

Als je wilt, kunnen we nu eerst een echo maken. Je kunt hier meer informatie vinden over de termijnecho bij ons in de praktijk.

Als de echo er goed uitziet, gaan wij nog even door met het stellen van vragen:

  • ben je eerder zwanger geweest en zo ja, hoe zijn de zwangerschappen verlopen?
  • ben je ooit geopereerd? Zo ja, wanneer en waaraan?
  • heb je ooit een bloedtransfusie gehad?
  • als je niet zwanger bent, kun je dan je plas goed ophouden? Zo nee, dan zullen wij je adviezen geven in verband met je bekkenbodemspieren.
  • heb je ooit trombose gehad?
  • heb je ooit een ernstige ziekte gehad, waardoor je onder behandeling bent geweest van een specialist?
  • ben je ooit onder behandeling van een psycholoog of psychiater geweest?
  • heb jij of je partner ooit te maken gehad met huiselijk geweld of heb je daar nu nog mee te maken?
  • heb jij of je partner ooit een negatieve ervaring op seksueel gebied gehad?

De laatste 2 vragen zijn voor ons van belang omdat ze we ons zeer bewust zijn van het feit dat we, zeker tijdens de bevalling, behoorlijk intiem met je bezig zijn. Dit kan voor jou of je partner behoorlijk confronterend overkomen als je negatieve ervaringen met je meedraagt.

  • komt er suikerziekte in jouw familie voor?
  • komt er cara, astma of eczeem in de families voor?
  • is er iemand in je familie die behandeld wordt met medicatie in verband met een te hoge bloeddruk?
  • zijn er vrouwen in de families die meer dan 2 miskramen hebben gehad?
  • komen er mensen met aangeboren afwijkingen voor in de families?
  • zijn er kinderen doodgeboren?
  • zijn er kinderen met heupafwijkingen in de families?

Als we het hebben over familie bedoelen wij je ouders, je grootouders, je broers en zussen en kinderen van je broers/zussen.

  • gebruik je medicijnen en zo ja, welke en in welke dosering?
  • heb je ooit medicijnen gebruikt waar je niet tegen kon?
  • gebruik je drugs of heb je in het verleden drugs gebruikt?
  • weet je huisarts al dat je zwanger bent?
  • weet je al of je thuis of in het ziekenhuis zou willen bevallen? Meer informatie over de plek van bevalling kun je hier vinden.
  • weet je al of je borst- of flesvoeding wil gaan geven? Wil je alvast iets meer lezen hierover? Klik dan hier
  • heb je al kraamzorg aangevraagd? Dit moet voor de 16de week van de zwangerschap. Meer hierover kun je hier lezen
  • heb je ook nagedacht over het volgen van een zwangerschapscursus (gym/yoga/zwemmen/etc.)? Ook daarover hebben we meer informatie op de site staan, klik hier maar eens.

Daarna zullen we het met je hebben over prenatale screening.

Als je zorgen hebt over de gezondheid van je baby, kun je vragen om prenatale screening. Dit is iets anders dan prenatale diagnostiek. Elders op onze site hebben we meer informatie over prenatale screening gezet.

Voor de combinatietest, klik hier

Voor de 20-weken echo, klik hier